|
Omdat
degoes graag klimmen en springen, en nogal beweeglijk zijn, zul
je begrijpen dat ze behoorlijk wat ruimte nodig hebben. De kooi
die je voor je degoes aanschaft moet dan ook behoorlijk groot
zijn. Vooral moet deze behoorlijk hoog zijn (ongeveer 50 cm hoog
op z'n minst). Daarnaast is het belangrijk dat je goed oplet
van wat voor materiaal je kooi is gemaakt. Eigenlijk alleen metaal
en glas zijn voor degoes geschikt. Zelfs het hard plastic, waarvan
sommige speciaal voor knaagdieren ontworpen kooien zijn gemaakt,
zullen degoes uiteindelijk kapot bijten. Wees er dus in elk geval
op bedacht dat ze bijna alles kapot kunnen knagen!
Of je kiest voor glas of voor metaal
is een afweging die je moet maken. Metalen spijltjes hebben als
voordeel dat ze luchtdoorlatend zijn, waardoor de kooi voldoende
geventileerd zal zijn, en er steeds voldoende frisse lucht zal
zijn in de kooi. Daarnaast zullen de degoes dankbaar gebruik
maken van de spijltjes door ze als klimgelegenheid te gebruiken
(Ja, ze klimmen echt tegen de spijltjes omhoog !). Let er wel
op dat de spijltjes niet te ver uit elkaar zitten, want degoes
kunnen echt door hele kleine gaatjes heen kruipen. Als je van
plan bent om ooit jonge degoetjes te krijgen houd daar dan ook
rekening mee, want die kunnen zich natuurlijk door nog kleinere
gaatjes heen wurmen. Een nadeel van een kooi met metalen spijltjes
is dat het in de ruimte waar de kooi staat voor nogal wat rotzooi
zal zorgen, want door graven, overal mee slepen, en door hun
beweeglijkheid zullen degoes nogal wat troep door de spijltjes
buiten de kooi doen belanden. Als je dit wilt voorkomen is glas
een betere oplossing (bijvoorbeeld een groot glazen aquarium
met een metalen (luchtdoorlatend) deksel). Als je zelf erg handig
bent kun je natuurlijk ook zelf een constructie bedenken waarbij
je gebruik maakt van een combinatie van glas en metaal.
Onze
degoes hebben een metalen kooi van ongeveer 1,5 m hoog, 55 cm
lang en 45 cm breed (zie boven). Deze kooi hebben wij zo bij
een dierenspeciaalzaak gekocht. Wij hebben twee degoes, en die
hebben dus met z'n tweeen een behoorlijk ruim verblijf. Zo'n
ruim verblijf als dat van onze degoes is natuurlijk niet per
se nodig, en met een kooi die half zo groot is kunnen ze ook
makkelijk toe. Echter een groot voordeel als je een grote kooi
voor ze hebt is dat ze zich er goed in kunnen bewegen en dat
ze zich er prettiger in zullen voelen dan in een kleine kooi.
Doordat de diertjes in een grote kooi meer bewegingsmogelijkheden
hebben zal er dan ook meer te kijken zijn, waardoor je er ook
zelf meer plezier aan zult beleven. En als er jongen geboren
worden is er ook nog steeds genoeg ruimte voor alle degoes, wat
ook wel prettig is. Als je er plaats en geld voor hebt is een
wat groter verblijf dus zeker aan te raden.
Maar met alleen een kooi ben je er nog
niet, want wat moet er in die kooi komen? Allereerst dien je
de bodem te bedekken met houtkrullen. Gebruik hiervoor geen zaagsel
of hooi, omdat dat erg snel stoffig wordt, en gebruik ook geen
dennenhout, want ook dat schijnt niet goed te zijn voor de degoes.
Erg geschikt zijn houtkrullen van beukenhout. Zorg er bovendien
voor dat deze bodembedekking niet te stoffig wordt, want dan
zullen de degoes al snel longontsteking ontwikkelen. Verschoon
de kooi dan ook regelmatig, om te zorgen dat het verblijf enigzins
schoon en stofvrij blijft, en om ervoor te zorgen dat je de degoes
niet te erg gaat ruiken.
Hoe vaak je je degoe-kooi moet verschonen
hangt af van het aantal degoes dat er in leeft en de grootte
van de kooi. Je zult de kooi vaker moeten verschonen naarmate
er meer degoes in zitten en ook naarmate de kooi kleiner is.
Gemiddeld zul je deze een maal per week moeten verschonen. Het
beste kun je de degoes even uit de kooi halen als je deze wilt
verschonen. Je kunt ze dan bijvoorbeeld in het bakje zetten waarmee
je ze ook vervoert.
Verder moet je er voor zorgen dat zich
in de kooi voldoende klimmogelijkheden bevinden, zoals trapjes
en takken. Ook
moeten er voldoende knaagmogelijkheden in de kooi aanwezig zijn
, zoals een knaagsteen en takjes van wilgebomen en fruitbomen.
Degoes moeten kunnen knagen om te voorkomen dat hun voortanden
te lang worden. Deze groeien namelijk steeds door, en om te voorkomen
dat ze in hun kaak groeien moeten zij hun tanden kunnen "slijpen".
Ze zullen echter in zo'n beetje alles wat in de kooi aanwezig
is proberen hun tanden te zetten. Houdt daar dus ook rekening
mee bij alles wat je in de kooi plaatst.
Ook moet er een nestkastje in de kooi
aanwezig zijn.
Dit kan een huisje zijn wat je zo in de dierenwinkel koopt, maar
je kunt ook creatief zijn door zelf iets te verzinnen wat als
nestkastje kan dienen. Als het maar donker en enigzins beschut
is, zodat de degoes er zich in terug kunnen trekken. Degoes houden
er sowieso wel van om zich terug te trekken op warme, donkere
en beschutte plekjes, dus het is voor de degoes heel leuk als
je meerdere van dit soort plekjes in de kooi aanbrengt (zoals
een emmertje of bloempot, of een stukje pvc-buis of andere buis,
waar ze doorheen kunnen kruipen).
Een
rad waarin de degoes kunnen rennen mag in het degoe-verblijf
zeker niet ontbreken. Het is echt hun favoriete speelgoed ! Zorg
er bij de aanschaf voor dat het rad groot genoeg is, geen midden-as
heeft , en het liefst van metaal is. Als je degoes hierin gaan
rennen is dat echt een lust voor het oog !
Degoes baden graag in chinchilla-zand.
Zij gaan hierin rollen, waardoor zij hun vacht schoon en glanzend
houden. Je dient er dus voor te zorgen dat er met regelmaat een
bak met chinchilla-zand in de kooi geplaatst wordt. Zo
zou je ze bijvoorbeeld eens in de twee dagen een uurtje een bak
met chinchilla-zand kunnen geven. Zelf kiezen wij ervoor om de
bak met chinchilla-zand steeds in de kooi te laten staan. Je
dient er dan alleen op te letten dat het zand niet als toilet
gebruikt gaat worden. Ook dit zand dien je regelmatig te verschonen.
Meestal doen wij het zand in een zeef, waardoor alle afval zoals
keuteltjes in de zeef achter blijft en het zand weer schoon is.
Zo kun je wat langer met het zand doen. Het beste kun je als
bak waar je het chinchilla-zand in doet iets kiezen wat van boven
smaller toeloopt, zodat de degoes niet al het zand uit de bak
spollen. Zelf hebben wij een glazen theepot als bad gekozen voor
de degoes. Zorg ook dat de bak niet al te licht is, zodat deze
niet om kan vallen.
Tenslotte
moet er in de kooi natuurlijk een voederbak aanwezig zijn. Je
kunt een voederbakje in een dierenwinkel kopen, maar je kunt
natuurlijk ook zelf iets als voederbakje bestempelen. Zorg dat
ook deze zwaar genoeg is zodat deze niet omgestoten kan worden
of zorg dat je deze aan de spijltjes op kan hangen. En ook moet
er natuurlijk een drinkflesje aanwezig zijn. Dit drinkflesje
kan je het beste in een dierenwinkel kopen. Deze moet van glas
zijn zodat ze het niet kapot kunnen bijten, of deze moet aan
de buitenkant van de kooi bevestigd kunnen worden, zodat de degoes
er niet bij kunnen om het kapot te bijten.
Als je twee degoes die geen familie
van elkaar zijn bij elkaar wil zetten kun je dit het beste doen
op zo jong mogelijke leeftijd, zodat zij al snel aan elkaar wennen.
Het beste kun je ze eerst een tijdje apart zetten, bijvoorbeeld
ieder in een helft van de kooi, zodat ze elkaar wel kunnen zien,
horen en ruiken. Zo kunnen ze alvast aan elkaar wennen. Na een
tijdje kun je ze dan bij elkaar zetten. Let dan wel op of het
"klikt" tussen de twee, want soms mogen ze elkaar gewoon
niet, en dan kun je ze maar beter uit elkaar halen, voordat ze
elkaar iets aandoen. Meestal zal dit tussen een mannetje en een
vrouwtje wel goed gaan, en tussen twee vrouwtjes lukt dit over
het algemeen ook nog wel, maar vooral als je twee vreemde mannetjes
bij elkaar zet heb je kans op ruzie (dit is afhankelijk van het
aantal aanwezige vrouwtjes, en van de ruimte die de degoes hebben). |